Een kamer vol kou,
maar het licht van een olielamp
maakt de muren zacht.
De tafel is leeg
behalve papier,
behalve dromen
die groter zijn dan brood.
Vrienden lachen,
niet om wat zij bezitten
maar om wat zij verwachten
te vinden in morgen.
De liefde komt binnen
met het geritsel van een jas,
met adem die zichtbaar wordt
in de winterlucht.
Armoede drukt zwaar,
maar de ogen glanzen
alsof ieder tekort
een opening is naar schoonheid.