Ze komen van ver,
niet geleid door kaarten
maar door licht
dat blijft staan
wanneer alles beweegt.
Hun handen dragen geen antwoorden,
alleen geschenken
die zwaarder wegen
dan goud alleen.
De nacht is stil,
een kind ademt
alsof de wereld opnieuw begint.
De koningen buigen,
niet uit macht
maar uit herkenning:
hier is iets klein
dat groter is dan zijzelf.
En de ster,
die niets zegt,
wijst nog steeds.